Aansprakelijkheid

In het algemeen is iemand aansprakelijk als hem of haar iets te verwijten valt. Of zoals in het Burgerlijk Wetboek staat “als iemand tegenover een ander een onrechtmatige daad pleegt”. Bij verkeerssituaties is dit meestal snel duidelijk, bijvoorbeeld bij geen voorrang verlenen of uit parkeerstand wegrijden.

Ook een werkgever kan tekort schieten in het nemen van voorzorgsmaatregelen, deze nalatigheid leidt dan ook tot een verwijt en daardoor tot schuld (aan het ontstaan van het ongeval en het letsel).

Bij medische aansprakelijkheid is uitgebreid onderzoek en bestudering van (medische) gegevens nodig alvorens de conclusie getrokken kan worden dat een behandelaar aansprakelijk is (zie verder bij medische verwijtbaar handelen).

Burgerlijk Wetboek en Jurisprudentie

In het Burgerlijk Wetboek (BW of NBW van na 1994) wordt in boek 6, artikel 95 t/m 109, 162 t/m 166 en 169 t/m 183 aansprakelijkheid en vergoeding van schade beschreven.

Echter, in de loop der jaren heeft de rechter zich over vele aansprakelijkheidszaken gebogen en daarover uitspraken gedaan. Deze uitspraken, jurisprudentie genaamd, vormen de leidraad voor de beoordeling van zaken. Soms komt de rechter tot verrassende besluiten op velerlei gebied. De mogelijkheden van slachtoffers om hun schade te verhalen zijn groter geworden.

Zo wordt bij een ongeval in het verkeer de niet gemotoriseerde weggebruiker extra beschermd door de tekst van artikel 185 van de Wegenverkeerswet (WvW). Kinderen die letsel oplopen en nog geen 14 jaar oud zijn, behoren hun schade altijd 100% vergoed te krijgen. Voor personen van 14 jaar en ouder geldt dat er ook mogelijkheden zijn tot schadevergoeding van 50% of meer, afhankelijk van de toedracht en de omstandigheden van het ongeval.

  • Deel deze pagina